Alles is een gedachte in de geest

Alles bestaat voor ons pas zodra het op een of andere manier gedacht (gevoeld, verbeeld, waargenomen) wordt. Wat er buiten ons denken/voelen/zien bestaat, kennen we niet en óf er zoiets bestaat, weten we niet. Wij kennen de werkelijkheid niet. Wij kennen alleen wat gevormd wordt binnen het denkbeeld van de tijd. Alle denkbeelden bestaan in de geest en de geest zelf kent geen tijd, alleen maar het tijdloze nu.

Alles wat we voor werkelijk houden bestaat allemaal tegelijk als illusoire gedachten van afgescheidenheid in de totaliteit van het nu.

Ook het verleden bestaat alleen maar nu. Herinneringen liggen niet ergens opgeslagen in het verleden maar zijn gedachten die nu gevormd worden. Alle gedachten – inclusief het hele concept van tijd – bestaan allemaal op dit moment in de tijdloze geest. Er is maar één geest en daarin bestaat alles. De Big Bang, het universum, de miljarden jaren van evolutie, alle kleine gebeurtenissen en grote rampen, ons lichaam en ons brein, al onze vorige en toekomstige levens, waarin we telkens opnieuw geboren worden en sterven tot en met de laatste wedergeboorte waarin we eindelijk de verlichting bereiken … het bestaat allemaal tegelijk in één tijdloos moment: nu.

Er zijn geen nieuwe gedachten want alles bestaat nu al. In onze droom van afgescheidenheid, meegevoerd door de stroom van tijd en vergetelheid, kunnen we ons alleen na verloop van tijd van iets bewust worden. Dan denken we iets nieuws gezien of bedacht te hebben, maar het is er allemaal al. We volgen alleen maar het script van de schijnbaar eindeloze versnippering in afgescheidenheid. Allemaal in één moment uitgedacht door de onmetelijke scheppingskracht van de eeuwige geest maar feitelijk onbestaanbaar. Een dwaas droompje dat onmiddellijk werd weggelachen, behalve door ons. Wij nemen deze in werkelijkheid minieme vergissing nog steeds serieus.

Verweerde piramides, overwoekerde ruïnes en bemoste grafstenen zijn de fysieke uitdrukking van ons collectieve geloof in de tijd. De Egyptische koningsgraven worden nu in de rots uitgehouwen en ingericht, nu voor eeuwen onder het zand bedolven en nu opnieuw ontdekt. Allemaal in de vorm van gedachten die het denken op dit moment ergens in de droom van tijd ten tonele voert. De Egyptische farao en de ik die dit leest, beleven op dit moment deze zelfde droom – samen met Dzjengis Khan, Napoleon en alle andere beroemde of naamloze dromers.

Tijd is een door het denken in afgescheidenheid gemaakte gedachtestructuur die in werkelijkheid absoluut onmogelijk is maar die wij in de droom van ons lichamelijke bestaan als echt beleven. Zonder tijd bestaan wij niet als individu. Zonder tijd is er geen angst, geen bedreiging, geen agressie. Zonder tijd is alles één eindeloze Liefde.

Stan